Dat jongeren zijn opgegroeid met technologie, betekent nog niet dat ze er goed mee kunnen omgaan. Uit nieuw onderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie leerlingen in het voortgezet onderwijs moeite heeft met basisvaardigheden op de computer. Dat is zorgelijk in een wereld waarin bijna alles digitaal verloopt, van schoolopdrachten tot communicatie en solliciteren.
Jongeren zijn digitaal actief, maar niet digitaal vaardig
Uit het internationale ICILS 2023-onderzoek van het Kohnstamm Instituut blijkt dat Nederlandse middelbare scholieren minder digitaal vaardig zijn dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. Ongeveer twee op de drie leerlingen beheersen de basis van digitale geletterdheid, maar een derde heeft moeite met alledaagse taken zoals informatie zoeken, beoordelen en verwerken.
Daarnaast scoren Nederlandse jongeren ook lager op ‘computational thinking’, het vermogen om logische en gestructureerde problemen op te lossen met behulp van technologie. Dat betekent dat veel leerlingen wel dagelijks digitale middelen gebruiken, maar niet goed begrijpen hoe die technologie werkt of hoe ze die effectief kunnen inzetten.
Digitale vaardigheden is niet sociale media
Veel jongeren lijken handig omdat ze makkelijk omgaan met hun smartphone, social media of games. Maar volgens onderzoekers is dat iets anders dan digitale geletterdheid. Digitale vaardigheden gaan over kritisch en doelgericht gebruik van technologie: weten hoe je betrouwbare informatie herkent, veilig bestanden deelt of een digitale presentatie maakt.
Het probleem is dat jongeren vooral “consumenten” zijn van technologie, niet “gebruikers” met inzicht. Ze kunnen scrollen, liken en delen, maar weten niet altijd wat er achter de schermen gebeurt of hoe ze zichzelf online beschermen.
Het onderzoek toont ook aan dat de digitale kloof groeit. Leerlingen uit gezinnen met een lager inkomen of minder toegang tot technologie scoren beduidend lager. Bovendien blijkt dat scholen sterk verschillen in de manier waarop ze digitale vaardigheden aanleren. Sommige scholen hebben structurele lessen in mediawijsheid of digitale geletterdheid, terwijl andere dat overlaten aan incidentele projecten of individuele vakdocenten.
Waarom digitale vaardigheden onmisbaar zijn
Veel leraren geven aan dat ze het belang van digitale vaardigheden inzien, maar dat ze onvoldoende tijd, middelen of training krijgen om dit goed aan te leren. Volgens het rapport ontbreekt het in Nederland aan een duidelijke visie en aan vaste leerdoelen op dit gebied. Hierdoor hangt het af van de inzet van individuele scholen of leerlingen goed voorbereid zijn op een digitale toekomst.
Een gebrek aan digitale basisvaardigheden heeft gevolgen, niet alleen voor schoolprestaties maar ook voor kansen in de samenleving. Wie niet weet hoe je betrouwbare informatie vindt of veilig omgaat met data, loopt achter in studie, werk en burgerparticipatie. Daarom pleiten de onderzoekers van het Kohnstamm Instituut voor meer aandacht voor digitale geletterdheid in het curriculum, vergelijkbaar met taal en rekenen.
Wat kunnen scholen en ouders doen?
- Maak digitale vaardigheden structureel onderdeel van het onderwijs. Geen losse les of project, maar een vast vak of thema.
- Investeer in leraren. Scholing, tijd en praktische ondersteuning zijn cruciaal.
- Oefen thuis. Ouders kunnen kinderen begeleiden bij online informatie zoeken, bronkritiek of privacy-instellingen.
Als we willen dat leerlingen voorbereid zijn op de toekomst, moeten scholen, ouders en overheid samen zorgen dat digitale geletterdheid net zo’n basisvaardigheid wordt als lezen en rekenen.


