Steeds meer jongeren zitten vast in een patroon van scrollen en vergelijken. Terwijl ze door TikTok, Instagram en Snapchat swipen, zien we dat hun zelfbeeld langzaam onder druk komt te staan. Uit onderzoek blijkt dat dit patroon veel invloed heeft op hoe jongeren naar zichzelf kijken. Jongeren zeggen vaak dat ze weten dat sociale media niet echt zijn, maar ondertussen voelen ze toch de druk om mee te doen.Β
Hoe scrollen en vergelijken het brein beΓ―nvloedt
Wanneer jongeren blijven scrollen en vergelijken, reageert hun brein direct op elk beeld. Hoewel ze weten dat fotoβs bewerkt zijn, voelt dat niet zo. Hierdoor ontstaat er een constante vergelijking met onrealistische standaarden. Terwijl jongeren dit zien, denken ze dat anderen gelukkiger, mooier of succesvoller zijn. Dat zorgt voor onzekerheid. Bovendien toont het algoritme steeds meer van dezelfde beelden, waardoor die oneerlijke vergelijking zich blijft herhalen. Jongeren belanden hierdoor in een algoritme dat lastig te doorbreken is.
Dit probleem speelt vooral bij leerlingen die gevoelig zijn voor bevestiging. Zodra likes en volgers belangrijk worden, verschuift hun aandacht van wie ze zijn naar hoe ze overkomen. Daardoor voelt hun eigen leven minder waardevol. Het voortdurende scrollen en vergelijken maakt hen dus kwetsbaar voor negatieve gedachten.
Wat jongeren nodig hebben om los te komen van scrollen en vergelijken
Om dit patroon te doorbreken, hebben jongeren inzicht nodig. Zodra ze herkennen hoe apps hun aandacht vasthouden, ontstaat er ruimte om andere keuzes te maken. Tijdens onze lessen laten we zien hoe platformen inspelen op emoties zoals onzekerheid en nieuwsgierigheid. Daardoor begrijpen leerlingen beter waarom ze blijven scrollen, zelfs wanneer ze dat niet willen.
Wij werken daarbij altijd vanuit de driehoek tussen ouders, school en leerling. Zodra deze drie samen optrekken, ontstaat er een stevige en veilige basis. Ouders krijgen van ons handvatten om het algoritme bespreekbaar te maken. Ze leren hoe ze hun kind helpen begrijpen waarom apps blijven pushen wat ze al eerder bekeken. Daardoor ontstaat thuis meer grip op scrollgedrag. Leerkrachten ontdekken hoe ze in de klas routine gesprekken kunnen voeren over hoe algoritmes werken. Daardoor zien leerlingen sneller wanneer ze worden meegesleurd in een eindeloze stroom vergelijkbare filmpjes.
Verder laten we jongeren zien hoe ze zelf invloed houden op hun feed. Ze leren hoe ze het algoritme βdoorbrekenβ door bewust ander gedrag te kiezen: pauzeren, andere zoekopdrachten gebruiken, creators ontvolgen die hen onzeker maken en tijdslimieten instellen. Omdat iedereen dezelfde taal gebruikt; thuis, op school en in onze lessen, ontstaat er helderheid. Jongeren begrijpen eerder wanneer ze vast dreigen te lopen in hun algoritme, waardoor ze sneller ingrijpen en meer zelfvertrouwen opbouwen.


