Hackers rekruteren kinderen via games om ze vervolgens te betrekken bij cybercriminaliteit. Daarvoor waarschuwen politie en Openbaar Ministerie naar aanleiding van het nieuwe Cybercrimebeeld Nederland 2026. Jongeren kunnen via games als Roblox, Minecraft en Fortnite in contact komen met criminele hackers. In sommige internationale netwerken zijn betrokken jongeren pas 11 jaar oud.
Dat betekent niet dat gamende of technisch handige kinderen ineens een risico vormen. Wel laat de waarschuwing zien hoe online ronseling verandert. Criminelen zoeken jongeren steeds vaker op in digitale omgevingen waar zij toch al veel tijd doorbrengen. Bovendien kunnen geld, groepsdruk en online status ervoor zorgen dat een eerste contact uiteindelijk uitmondt in strafbare activiteiten.
Politie ziet jonge cybercriminelen in internationale netwerken
Politie en OM publiceerden begin september het nieuwe Cybercrimebeeld Nederland 2026. Daarin beschrijven ze hoe de digitale dreiging in Nederland verandert. Cybercriminaliteit wordt internationaler en professionele hulpmiddelen zijn steeds gemakkelijker beschikbaar.
Een ontwikkeling die daarbij opvalt, is de opkomst van een nieuwe generatie jonge cybercriminelen. Volgens politie en OM werken voornamelijk jonge westerse daders samen in losse internationale netwerken. Ze stelen bijvoorbeeld gegevens en cryptovaluta of gebruiken buitgemaakte informatie om organisaties af te persen.
Geld is daarbij niet altijd de enige motivatie. Ook aanzien binnen een online groep kan belangrijk zijn. Wie laat zien dat hij technisch vaardig is of toegang krijgt tot waardevolle gegevens, kan daarmee status verdienen.
Hoe rekruteren hackers kinderen via games?
Online games zijn al lang meer dan alleen spellen. Jongeren praten er met vrienden, ontmoeten andere spelers en vormen online groepen. Daardoor kunnen ook mensen met verkeerde bedoelingen gemakkelijk contact zoeken.
Volgens berichtgeving naar aanleiding van het Cybercrimebeeld gebeurt dat onder meer via games als Roblox, Minecraft en Fortnite. Een jongere hoeft daarbij niet direct de vraag te krijgen om een cyberaanval uit te voeren. Het contact kan veel onschuldiger beginnen.
Iemand toont bijvoorbeeld interesse in dezelfde game of merkt dat een jongere handig is met computers. Vervolgens kan diegene complimenten geven, technische kennis delen of de jongere uitnodigen voor een andere online community. Zo kan langzaam een vertrouwensband ontstaan.
Dat patroon zien we ook bij andere vormen van online ronseling. In onze eerdere blog over online ronselaars en jongeren beschreven we hoe criminelen bewust aansluiten bij de online leefwereld van jongeren. Het eerste contact voelt daardoor lang niet altijd verdacht.
Van game naar gesloten online community
Het contact hoeft bovendien niet binnen de game te blijven. Jongeren kunnen worden meegenomen naar andere platforms en besloten online groepen. Daar komen ze vervolgens in contact met mensen die dezelfde interesses hebben, maar soms ook met mensen die zich bezighouden met cybercriminaliteit.
Een netwerk dat politie en OM in het Cybercrimebeeld noemen, is Hacker Com. Dit is onderdeel van een bredere internationale online gemeenschap die bekendstaat als The Com. Het gaat niet om รฉรฉn strak georganiseerde criminele bende. De gemeenschap bestaat juist uit allerlei losse groepen die online met elkaar verbonden zijn.
Binnen Hacker Com ligt de nadruk op cybercriminaliteit. De FBI waarschuwde eerder dat binnen de bredere Com-gemeenschap personen van ongeveer 11 tot 25 jaar actief zijn. Nieuwe leden kunnen onder meer via sociale media, online communities en gamingplatforms worden gevonden.
Dat maakt het voor ouders en scholen lastig om ronseling direct te herkennen. Een kind kan immers beginnen met gamen of praten over computers, terwijl het contact zich later naar een veel minder zichtbare omgeving verplaatst.
Status en erkenning kunnen jongeren verder trekken
Waarom zou een jongere รผberhaupt meedoen? De belofte van geld kan aantrekkelijk zijn, maar bij deze groepen speelt volgens politie en OM ook sociale status een belangrijke rol.
Een jongere die goed kan programmeren, beveiligingen weet te omzeilen of toegang krijgt tot bepaalde gegevens kan daarvoor bewondering krijgen. Vervolgens kan de groep iemand uitdagen om steeds een stap verder te gaan.
Juist bij cybercriminaliteit kan die grens minder duidelijk aanvoelen. Vanaf een slaapkamer proberen binnen te komen in een systeem voelt misschien minder ernstig dan fysiek ergens inbreken. Toch kunnen beide handelingen strafbaar zijn en echte slachtoffers maken.
Daarom is het belangrijk om technische nieuwsgierigheid niet meteen negatief te benaderen. In onze blog Waarom jongeren hacken uit nieuwsgierigheid schreven we al dat interesse in hacking juist een ingang kan zijn naar waardevolle digitale vaardigheden. Jongeren moeten alleen wel weten waar experimenteren ophoudt en strafbaar gedrag begint.
Cyberaanvallen uitvoeren wordt steeds gemakkelijker
Tegelijkertijd wordt de stap naar cybercriminaliteit kleiner. Voor bepaalde aanvallen hoeft iemand namelijk niet meer zelf over uitgebreide technische kennis te beschikken.
Op het darkweb zijn kant-en-klare diensten en hulpmiddelen voor cyberaanvallen verkrijgbaar. Ook gestolen inloggegevens en andere data worden verhandeld. Daardoor kan iemand gebruikmaken van bestaande criminele infrastructuur in plaats van alles zelf te ontwikkelen.
Daarnaast speelt kunstmatige intelligentie een steeds grotere rol. Volgens politie en OM kan AI bestaande vormen van cybercriminaliteit sneller en effectiever maken. Denk bijvoorbeeld aan het schrijven van overtuigende phishingberichten, het ontwikkelen van schadelijke software of het zoeken naar kwetsbaarheden.
Die ontwikkeling maakt het extra belangrijk dat jongeren niet alleen leren hoe digitale technologie werkt, maar ook welke verantwoordelijkheden daarbij horen.
Wat kunnen ouders doen?
Dat je kind veel gamet, programmeert of geรฏnteresseerd is in hacking is op zichzelf geen reden tot zorgen. Sterker nog, digitale en technische vaardigheden kunnen juist waardevol zijn. Het helpt vooral wanneer ouders belangstelling tonen voor wat hun kind online doet.
Vraag bijvoorbeeld met wie je kind regelmatig speelt en in welke online communities het actief is. Bespreek ook waarom iemand online plotseling veel complimenten geeft, geld aanbiedt of vraagt om iets technisch uit te voeren.
Let daarnaast op opvallende veranderingen. Denk aan geheimzinnig gedrag rond online contacten, onverwachte inkomsten of cryptovaluta en veel contact met onbekenden in besloten groepen. Eรฉn signaal zegt natuurlijk niet direct iets. Een gesprek kan wel helpen om te begrijpen wat er speelt.
Ook op school hoort dit gesprek thuis
Voor scholen laat deze ontwikkeling zien waarom digitale geletterdheid verder gaat dan leren werken met digitale apparaten. Leerlingen moeten ook begrijpen hoe mensen hen online kunnen beรฏnvloeden en welke gevolgen hun eigen digitale gedrag kan hebben.
Daarbij horen onderwerpen als online groepsdruk, privacy, digitale veiligheid en mediawijsheid. Maar ook de juridische en ethische grenzen van technologie verdienen aandacht.
Een leerling die geรฏnteresseerd is in cybersecurity moet bijvoorbeeld weten dat er veilige manieren zijn om die vaardigheden te ontwikkelen. Denk aan programmeerprojecten, cybersecuritywedstrijden en gecontroleerde omgevingen waarin jongeren legaal kunnen oefenen.
Zo hoeven we technische nieuwsgierigheid niet af te remmen. We kunnen jongeren juist helpen om die nieuwsgierigheid op een positieve manier te gebruiken.
Niet de game, maar het contact eromheen verdient aandacht
De waarschuwing van politie en OM betekent niet dat Roblox, Minecraft of Fortnite jongeren automatisch richting cybercriminaliteit brengen. Miljoenen jongeren gebruiken games gewoon om te spelen en contact te hebben met vrienden.
Wat wรฉl aandacht verdient, zijn de contacten en groepen die rondom die digitale leefwereld ontstaan. Criminelen kunnen daar dezelfde mechanismen gebruiken die we ook bij andere vormen van online ronseling zien: aandacht geven, vertrouwen winnen, status bieden en vervolgens steeds iets meer vragen.
Daarom helpt verbieden alleen niet. Jongeren hebben vooral kennis en begeleiding nodig. Wanneer zij begrijpen hoe online ronseling werkt, waar digitale grenzen liggen en bij wie ze terechtkunnen als iets niet goed voelt, staan ze sterker.
Want digitaal vaardig zijn betekent niet alleen weten wat je online kunt doen, maar ook begrijpen wanneer je iets beter niet kunt doen.


