13, 15 of 18+: hoe controleert een platform straks je leeftijd?

Vergrootglas boven een digitaal identiteitsbewijs met vinkjes als symbool voor online leeftijdscontrole.

Ben je 13 jaar of ouder? Vul je geboortedatum in en maak een account aan. Op veel sociale media werkt leeftijdscontrole nog ongeveer zo. Een kind dat eigenlijk 11 is, kan daardoor relatief eenvoudig invullen dat het 13 of 15 jaar is. Maar als Europa strengere leeftijdsgrenzen voor sociale media invoert, is alleen vragen naar een geboortedatum niet meer genoeg.

Want hoe gaat Instagram, TikTok of YouTube straks controleren of een kind daadwerkelijk 13, 15 of 18 jaar is? Moeten jongeren daarvoor hun paspoort uploaden? Wordt hun gezicht gescand? Of kan het ook zonder dat een platform weet wie er achter het account zit?

Juist die vragen worden steeds belangrijker nu Europa verder werkt aan leeftijdscontrole voor online diensten.

Een leeftijdsgrens werkt alleen als je leeftijd kunt controleren

De discussie over minimumleeftijden voor sociale media is opnieuw actueel. Volgens een Europees voorstel zouden kinderen onder de 15 jaar niet zelfstandig een account mogen aanmaken op sociale media en videoplatforms. Voor jongeren van 13 en 14 jaar zou ouderlijke toestemming een rol kunnen spelen.

Het gaat nog om een voorstel. De precieze Europese regels staan daarom nog niet vast. Wel wordt duidelijk dat Europa meer verantwoordelijkheid bij online platforms wil leggen.

Daar zit meteen een praktisch probleem. Een minimumleeftijd heeft weinig effect wanneer een kind bij het aanmaken van een account simpelweg een ander geboortejaar kan invullen.

De Europese Commissie wees daar eerder dit jaar zelf op. Instagram en Facebook hanteren een minimumleeftijd van 13 jaar, maar volgens de Commissie zijn de huidige maatregelen onvoldoende om kinderen onder die leeftijd buiten de platforms te houden. Een onjuiste geboortedatum invullen kan bijvoorbeeld nog steeds voldoende zijn om een account aan te maken.

Hoe kan leeftijdscontrole dan wΓ©l werken?

Er bestaan verschillende manieren om iemands leeftijd online te controleren. Een platform kan om een identiteitsbewijs vragen, een leeftijd laten schatten aan de hand van een selfie of andere signalen uit een account gebruiken.

Toch hebben die methoden ieder hun eigen beperkingen. Een leeftijdsschatting blijft bijvoorbeeld een schatting. Daarnaast bevat een paspoort of identiteitskaart veel meer persoonlijke informatie dan een sociaal platform nodig heeft om alleen te controleren of iemand oud genoeg is.

Daarom werkt Europa aan een andere oplossing. Daarbij staat niet de vraag centraal: β€˜Wie ben jij?’, maar: β€˜Ben jij oud genoeg?’ Dat verschil lijkt klein, maar is voor de privacy juist belangrijk.

Bewijzen dat je 15 bent zonder te vertellen wie je bent

De Europese Commissie heeft een systeem ontwikkeld waarmee iemand digitaal kan bewijzen dat hij of zij boven een bepaalde leeftijd zit. De techniek is inmiddels gereed en kan door lidstaten en andere partijen worden aangepast en ingevoerd.

Stel dat een online dienst alleen toegankelijk is vanaf 15 jaar. Dan hoeft die dienst niet per se te weten dat iemand Marit heet, op 3 maart 2010 is geboren en in Utrecht woont. Het platform hoeft alleen antwoord te krijgen op één vraag: is deze gebruiker 15 jaar of ouder?

Dat bewijs kan worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit bijvoorbeeld een paspoort, identiteitskaart, digitale identiteit of een toepassing waarin de leeftijd al bekend is. Vervolgens wordt alleen het noodzakelijke leeftijdsbewijs gedeeld.

Het platform krijgt dus geen kopie van het paspoort en hoeft ook de exacte geboortedatum niet te ontvangen.

En wat als de grens 13 of 18 jaar is?

Het Europese systeem is in eerste instantie ontwikkeld om te kunnen aantonen dat iemand 18 jaar of ouder is. Denk bijvoorbeeld aan online diensten of producten waarvoor wettelijk een leeftijdsgrens geldt.

De techniek kan echter ook worden aangepast aan andere leeftijdsgrenzen. De Europese Commissie noemt zelf bijvoorbeeld 13+. Daarnaast kunnen ook andere drempels worden ingesteld.

Daardoor zou een online dienst uiteindelijk alleen kunnen vragen om het bewijs dat voor die omgeving nodig is. De ene dienst wil bijvoorbeeld weten of iemand 13+ is, terwijl een andere omgeving een grens van 15 of 18 jaar hanteert.

Een gebruiker hoeft daarvoor niet iedere keer zijn volledige identiteit bekend te maken.

Maar hoe krijgt een kind zo’n leeftijdsbewijs?

Dat is de volgende belangrijke vraag. Er moet ergens een betrouwbare bron zijn die bevestigt hoe oud iemand daadwerkelijk is.

In de Europese uitwerking kan zo’n bewijs onder andere worden gebaseerd op een nationale digitale identiteit, paspoort of identiteitskaart. Ook bestaande toepassingen waarin betrouwbare leeftijdsinformatie beschikbaar is, zoals bepaalde bankapps, kunnen daarvoor worden gebruikt.

Daarna wordt de koppeling met de partij die de leeftijd heeft bevestigd verbroken. Het digitale bewijs bevat geen identiteitsinformatie waarmee het platform de gebruiker zou moeten kunnen volgen.

Europa wil deze vorm van leeftijdscontrole uiteindelijk koppelen aan de Europese digitale identiteitswallet. Lidstaten worden aangemoedigd om dergelijke oplossingen uiterlijk eind 2026 beschikbaar te maken.

Een selfie om je leeftijd te schatten

Europa is niet de enige partij die naar oplossingen zoekt. Platforms experimenteren zelf ook met leeftijdscontroles.

Daarbij wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van gezichtsgebaseerde leeftijdsschatting. Een gebruiker maakt een selfie of korte video, waarna technologie probeert in te schatten binnen welke leeftijdscategorie die persoon valt.

Zo’n controle kan een extra drempel opwerpen, maar is iets anders dan daadwerkelijk bewijzen hoe oud iemand is. Een algoritme kan immers een verkeerde inschatting maken. Daarnaast roept het gebruik van gezichtsbeelden vragen op over privacy en over wat er met die beelden gebeurt.

Daarom is het belangrijk om bij leeftijdscontrole niet alleen te kijken naar of een platform controleert, maar ook naar hoe die controle plaatsvindt.

Is leeftijdscontrole dan waterdicht?

Waarschijnlijk niet. Ook een betere leeftijdscontrole kan worden geprobeerd te omzeilen. Een kind kan bijvoorbeeld proberen gegevens van iemand anders te gebruiken of hulp vragen aan een oudere broer, zus of vriend.

Toch is er een groot verschil met alleen een geboortedatum invullen. Hoe meer bewijs nodig is, hoe moeilijker het wordt om met een paar klikken een leeftijdsgrens te omzeilen.

Tegelijkertijd moet de oplossing niet doorslaan naar de andere kant. Als iedere app een kopie van een paspoort, gezichtsscan of andere persoonlijke gegevens gaat verzamelen, ontstaan er nieuwe privacyrisico’s.

Juist daarom wordt gezocht naar systemen waarbij platforms zo min mogelijk informatie ontvangen.

Leeftijd zegt bovendien niet alles

Een goede leeftijdscontrole kan helpen om leeftijdsgrenzen beter toe te passen. Daarmee is een online omgeving echter niet automatisch veilig voor kinderen.

Een jongere die oud genoeg is voor een account kan nog steeds te maken krijgen met cyberpesten, ongewenst contact, misleidende content of functies die uitnodigen om lang door te blijven scrollen. Daarnaast verschilt het per kind hoe zelfstandig het met sociale media kan omgaan.

Voor ouders en scholen blijft het daarom belangrijk om verder te kijken dan alleen de leeftijd op een account. Welke functies gebruikt een kind? Met wie heeft het contact? Wat krijgt het te zien? En weet het wat het kan doen wanneer er online iets vervelends gebeurt?

Leeftijdscontrole is daarmee één onderdeel van een bredere digitale opvoeding.

Van een geboortedatum invullen naar je leeftijd bewijzen

We schreven eerder al over leeftijdsverificatie online. De ontwikkelingen in Europa maken nu steeds concreter hoe zo’n controle er in de praktijk uit kan gaan zien.

De komende discussie zal daarom niet alleen gaan over de vraag of de grens bij 13, 15 of misschien een andere leeftijd moet liggen. Minstens zo belangrijk is hoe platforms die grens daadwerkelijk gaan controleren.

Want een leeftijdsgrens instellen is relatief eenvoudig. Controleren of iemand echt oud genoeg is, zonder tegelijkertijd allerlei persoonsgegevens van kinderen te verzamelen, is een stuk ingewikkelder.