Kinderen op de basisschool krijgen steeds later een smartphone

Drie basisschoolkinderen zitten in een klaslokaal en kijken op hun smartphone tijdens een pauzemoment.

Steeds meer ouders lijken kritischer te kijken naar het moment waarop hun kind een eigen smartphone krijgt. Waar een smartphone op de basisschool jarenlang bijna vanzelfsprekend leek, ontstaat nu een tegengeluid. Vooral onder ouders van jonge basisschoolkinderen groeit de behoefte om smartphones juist langer uit te stellen.

Ook tijdens ouderavonden merken wij dat dit onderwerp vaker leeft. Ouders stellen meer vragen over schermtijd, sociale media en online prikkels. Daarnaast zoeken zij vaker naar manieren om samen met andere ouders afspraken te maken. Opvallend genoeg sluiten deze signalen aan bij meerdere landelijke ontwikkelingen en onderzoeken.

Ouders spreken steeds vaker af om smartphones uit te stellen

De afgelopen twee jaar zijn er in Nederland meerdere initiatieven ontstaan waarbij ouders samen afspreken om kinderen pas later een smartphone te geven. De bekendste beweging is Smartphone Vrij Opgroeien. Volgens NOS Nieuwsuur hadden in mei 2025 al ouders van bijna 15.000 kinderen op ruim 2.000 scholen een zogenoemd ouder pact ondertekend. Het doel daarvan is om smartphones uit te stellen tot minimaal 14 jaar.

De beweging groeit snel. Op de website van Smartphone Vrij Opgroeien staat inmiddels dat meer dan 60.000 ouders betrokken zijn bij het initiatief en dat ouders op een groot deel van de Nederlandse basisscholen hierover met elkaar in gesprek zijn.Β 

Dat is interessant, omdat ouders jarenlang vaak aangeven dat groepsdruk juist een belangrijke reden was om wΓ©l een smartphone te geven. Veel ouders waren bang dat hun kind buitengesloten zou raken wanneer klasgenoten al wel een telefoon hadden. Steeds meer ouders willen juist die sociale druk gezamenlijk doorbreken.Β 

De maatschappelijke discussie verandert snel

Niet alleen ouders zijn kritischer geworden. Ook scholen en de overheid nemen steeds vaker maatregelen rondom smartphonegebruik. 

Sinds januari 2024 gelden landelijke afspraken over het weren van mobiele telefoons uit klaslokalen. Eerst gebeurde dit in het voortgezet onderwijs, later volgden ook basisscholen en het speciaal onderwijs. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut heeft inmiddels het grootste deel van de scholen beleid om mobiele telefoons uit de klas te houden.Β 

Daarnaast publiceerde de overheid samen met experts nieuwe richtlijnen rondom gezond schermgebruik. Daarin wordt geadviseerd om sociale media onder de 15 jaar zoveel mogelijk uit te stellen. Ook wordt genoemd dat een smartphone pas vanaf ongeveer groep 8 passend zou zijn. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat ouders zich minder alleen voelen wanneer zij besluiten nog geen smartphone te geven. Waar dit eerder soms als streng werd gezien, lijkt het gesprek nu steeds normaler te worden.

Waarom stellen ouders smartphones uit?

De redenen verschillen per gezin, maar meerdere thema’s komen telkens terug. Ouders maken zich zorgen over schermtijd, online groepsdruk, sociale media en de invloed van constante prikkels op jonge kinderen.

De aandacht voor de impact van smartphones en sociale media op de ontwikkeling van kinderen groeit al jaren. Digitale technologie is een steeds ingrijpender onderdeel geworden van het opgroeien van kinderen. Daarnaast geven veel ouders aan dat zij merken dat jonge kinderen steeds sneller worden meegezogen in online gedrag. Denk aan eindeloos scrollen, groepsapps, korte video’s en de druk om altijd bereikbaar te zijn.

Juist in de onderbouw van de basisschool kiezen ouders daarom vaker voor alternatieven. Sommige kinderen krijgen bijvoorbeeld nog een eenvoudige telefoon zonder sociale media of internet. Andere ouders wachten bewust totdat hun kind naar de middelbare school gaat.

Van individuele keuze naar gezamenlijke afspraak

Een opvallende verandering is dat ouders het onderwerp steeds vaker samen bespreken. Dat gebeurt in appgroepen, tijdens ouderavonden en soms zelfs op schoolniveau.

Ouders maken steeds vaker afspraken binnen complete klassen om smartphones uit te stellen. Daardoor wordt de sociale druk kleiner voor individuele gezinnen.

Veel ouders vinden het lastig om als enige β€˜nee’ te zeggen tegen een smartphone. Zodra meerdere ouders dezelfde keuze maken, ontstaat er meer rust.

Tegelijkertijd blijft het onderwerp ingewikkeld. Niet ieder kind ontwikkelt zich hetzelfde en niet ieder gezin maakt dezelfde afweging. Daarom groeit de behoefte aan eerlijke informatie, duidelijke afspraken en praktische handvatten.

Wat betekent dit voor scholen en ouders?

De discussie over smartphones gaat allang niet meer alleen over schermtijd. Het gaat steeds vaker over concentratie, sociale ontwikkeling, slaap, online veiligheid en groepsdruk.

Daardoor ontstaat ook op scholen meer behoefte aan gesprekken over mediawijsheid en digitale opvoeding. 

Ouders zoeken ondersteuning bij vragen als:

  • Wanneer is een kind klaar voor een smartphone?
  • Hoe maak je afspraken over schermtijd?
  • Wat doet sociale media met jonge kinderen?
  • Hoe voorkom je online groepsdruk?

Deze gesprekken geven vaak veel herkenning. Zeker op basisscholen ontstaat regelmatig een open gesprek tussen ouders die eigenlijk met dezelfde twijfels zitten. Scholen merken dat mediawijsheid steeds jonger begint. Kinderen komen al vroeg in aanraking met online video’s, games, chats en sociale invloeden. Daardoor groeit de behoefte aan voorlichting die aansluit bij de belevingswereld van zowel kinderen als ouders.

Een nieuwe norm rondom smartphones?

Of kinderen daadwerkelijk later een smartphone krijgen dan enkele jaren geleden, is nog lastig definitief vast te stellen met landelijke cijfers. Wel is duidelijk dat de maatschappelijke beweging rondom smartphone vrij opgroeien snel groeit. Steeds meer ouders lijken bewust stil te staan bij de vraag of een smartphone op jonge leeftijd echt nodig is. Bovendien zoeken ze elkaar vaker op om die keuze samen te maken.

Dat maakt één ontwikkeling in ieder geval zichtbaar: waar smartphones op de basisschool jarenlang vanzelfsprekender werden, ontstaat nu steeds vaker het tegenovergestelde gesprek.